Rapport InterAcademy Council Adviseert Fundamentele Verandering Managementstructuur IPCC

VERENIGDE NATIES —De processen die het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) gebruikt bij zijn periodieke assessmentrapporten zijn in het algemeen succesvol gebleken, maar het IPCC dient zijn managementstructuur fundamenteel te herzien en zijn procedures te versterken met het oog op de groeiende omvang en complexiteit van de klimaatassessments en de steeds kritischere houding van het grote publiek, nu de wereld op zoek is naar de beste manier om met klimaatverandering om te gaan. Dat is de conclusie van het een vandaag gepresenteerd rapport van de InterAcademy Council (IAC), een in Amsterdam gevestigde organisatie van internationale academies van wetenschappen.

"Aangezien het IPCC zijn taak uitvoert onder de kritische blik van het grote publiek, zijn krachtig leiderschap, langdurige en enthousiaste deelname door gerenommeerde wetenschappers, flexibiliteit en aandacht voor openheid onmisbaar om te garanderen dat de samenleving waarde blijft hechten aan deze assessments", aldus Harold T. Shapiro, emeritus president en hoogleraar economie aan de universiteit van Princeton en voorzitter van de commissie die het rapport heeft geschreven. Roseanne Diab van de Zuid-Afrikaanse academie van wetenschappen en emeritus hoogleraar milieuwetenschappen aan de universiteit van KwaZulu-Natal in Durban, trad op als vice-voorzitter van de commissie, waarin experts uit verschillende landen en disciplines zitting hadden.

Het IPCC is in 1988 opgericht door de World Meteorological Orgnization en het Environment Programme van de Verenigde Naties, om een basis voor beleidsvorming te bieden in de vorm van periodieke assessment-rapporten over wat er bekend is over de fysische, wetenschappelijke aspecten van klimaatverandering, de gevolgen daarvan op mondiaal en regionaal niveau, en de mogelijkheden voor aanpassing van het beleid en aanpak van problemen. Het panel bestaat uit vertegenwoordigers van 194 deelnemende overheden en bepaalt het bereik van de rapporten, kiest het Bureau dat de supervisie heeft en verleent zijn goedkeuring aan de samenvattingen van de omvangrijke rapporten voor beleidsmakers. Deze worden opgesteld door duizenden wetenschappers die vrijwillig deelnemen aan drie Werkgroepen.

Zijn assessementrapporten hebben het IPCC veel aanzien opgeleverd, inclusief een gedeelde Nobelprijs voor de Vrede in 2007. Binnen het steeds heftigere publieke debat over de wetenschappelijke aspecten van de klimaatverandering en de kosten van het beperken hiervan heeft het IPCC echter kritiek te verduren gekregen en zijn er controverses ontstaan over vermeende partijdigheid met betrekking tot klimaatbeleid en de accuratesse van de rapporten. Naar aanleiding hiervan hebben Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki-moon en IPCC-voorzitter Rajendra K. Pachauri op 10 maart van dit jaar in een brief de IAC verzocht het IPCC te evalueren en suggesties te doen voor het verbeteren van de processen en procedures voor toekomstige assessments.

Het IAC-rapport bevat diverse aanbevelingen voor het versterken van de managementstructuur van het IPCC, onder andere voor de oprichting van een uitvoerend comité dat namens het panel kan optreden om te garanderen dat de besluitvorming op peil blijft. Met het oog op meer geloofwaardigheid en onafhankelijkheid dient het uitvoerend comité ook leden te krijgen van buiten het IPCC of zelfs van buiten de klimaatwetenschap. Daarnaast dient het IPCC een uitvoerend directeur aan te stellen -- met de status van senior wetenschapper, gelijk aan die van de voorzitters van de Werkgroepen -- om het Secretariaat te leiden, de dagelijkse gang van zaken te begeleiden en namens de organisatie het woord te voeren. De secretaris van het IPCC heeft in zijn huidige positie minder autonomie en verantwoordelijkheid dan executive directors bij andere organisaties, zo concludeerde de IAC-commissie.

Het feit dat voorzitter van het IPCC een parttimefunctie is met een vaste termijn biedt volgens de commissie weliswaar veel voordelen, maar de huidige limiet van twee zittingstermijnen van zes jaar is te lang. De voorzitter van het IPCC, de te benoemen uitvoerend directeur en de voorzitters van de Werkgroepen moeten niet langer aanblijven dan één assessmentperiode, zodat voor elke ronde gevarieerde invalshoeken en een onbevooroordeelde benadering gegarandeerd zijn. Er moeten formele kwalificaties worden opgesteld voor het voorzitterschap en alle andere functies binnen het Bureau. Ook moet er streng beleid met betrekking tot belangenverstrengeling worden gehanteerd voor het hoogste kader van het IPCC en voor alle auteurs, review editors en medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van rapporten, voegt de commissie daaraan toe.

Aangezien het IAC-rapport voor een deel is opgesteld naar aanleiding van fouten in de meest recente rapporten, heeft de commissie ook het assessment-proces van het IPCC onderzocht. De conclusie van de commissie is dat dit proces degelijk van opzet is, maar dat een strakkere naleving van de bestaande procedures van het IPCC het aantal fouten zou kunnen minimaliseren. Daartoe moet het IPCC de review editors aanmoedigen om hun autoriteit ten volle te benutten om te garanderen dat al hun opmerkingen met betrekking tot het assessment afdoende in overweging worden genomen. De redacteurs van de assessmentrapporten dienen er verder zorg voor te dragen dat legitieme controverses in het rapport een plaats krijgen en dat er voldoende aandacht wordt geschonken aan op de juiste manier onderbouwde afwijkende meningen. De hoofdauteurs dienen expliciet te documenteren dat aandacht is besteed aan het gehele spectrum aan weloverwogen wetenschappelijke meningen.

Het gebruik van zogenaamde ‘grijze literatuur’ uit ongepubliceerde of niet peer-reviewed bronnen staat ter discussie, hoewel dergelijke informatie- en gegevensbronnen vaak relevant zijn en geschikt voor opname in de assessmentrapporten. Problemen ontstaan doordat auteurs zich niet houden aan de richtlijnen van het IPCC voor de evaluatie van dergelijke bronnen en omdat die richtlijnen te vaag zijn, zo stelt de commissie. Het IPCC moet die richtlijnen specifieker maken en bepalingen toevoegen over de toelaatbaarheid van bepaalde soorten literatuur, en strikt op de naleving ervan toe zien. Zo kan worden gegarandeerd dat ongepubliceerde en niet peer-reviewed literatuur als zodanig wordt aangemerkt.

De commissie roept verder op tot meer consistentie in de manier waarop de Werkgroepen onzekerheid kwalificeren. Voor de meest recente assessment hanteerde elke Werkgroep een andere variant van de onzekerheidsrichtlijnen van het IPCC, en de commissie kwam verder tot de ontdekking dat deze richtlijnen niet altijd worden gevolgd. Zo bevat het rapport van Werkgroep II bijvoorbeeld een groot aantal uitspraken die als zeer betrouwbaar zijn aangemerkt, maar waarvoor weinig bewijs is. In de toekomst moeten alle Werkgroepen bij de assessment de mate van begrip van een onderwerp kwalificeren door de hoeveelheid beschikbaar bewijs te omschrijven en de mate van overeenstemming onder experts -- dit wordt ook wel ‘level of understanding’ genoemd. Daarnaast dienen alle Werkgroepen een waarschijnlijkheidsschaal (“probability scale”)te hanteren om de kans dat een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt te kwantificeren, maar alleen als daarvoor voldoende bewijs beschikbaar is.

Het IPCC heeft traag en inadequaat gereageerd op de ontdekking van fouten in de meest recente assessment-rapporten, en de leiding van het IPCC wordt verweten dat ze in openbare uitingen haar mandaat om “beleidsrelevant te zijn, zonder beleid voor te schrijven” heeft overschreden. Hierdoor is communicatie een kritiek punt geworden. In het IAC-rapport wordt het IPCC geadviseerd om de communicatiestrategie waaraan momenteel wordt gewerkt, te voltooien en te implementeren. Bij deze strategie moet de nadruk liggen op transparantie en er moet een plan voorhanden zijn om snel maar weloverwogen te kunnen reageren op crisisgevallen. Ook moet er worden gekeken naar de relevantie van de assessmentrapporten voor de stakeholders. Mogelijk zijn hiervoor meer afgeleide producten nodig, nauwkeurig vormgegeven met het oog op consistentie met de onderliggende aannames. Verder zijn er richtlijnen nodig met betrekking tot de vraag wie namens het IPCC mag spreken en hoe dit binnen de grenzen van de rapporten en het mandaat van het IPCC kan worden ingevuld.

De IAC-commissie complimenteert het IPCC met het getoonde aanpassingsvermogen en adviseert het met klem om nog creatiever en flexibeler te worden ten aanzien van de aard en structuur van de assessments, bijvoorbeeld door een met enkele jaren versnelde publicatie van het rapport van Werkgroep I over de fysische wetenschappelijke aspecten van klimaatverandering, zodat de andere Werkgroepen van de bevindingen van dit rapport kunnen profiteren.

De commissie benadrukt dat de kwaliteit van het assessmentproces en de resultaten uiteindelijk afhankelijk zijn van de kwaliteit van de leiding op alle niveaus: “Alleen met de energie en kennis van een grote groep gerenommeerde wetenschappers en een gemotiveerde deelname door overheidsfunctionarissen, kunnen we de strengste normen hanteren en daadwerkelijk gezaghebbende assessmentrapporten blijven publiceren.” Benadrukt wordt verder dat het IPCC vanwege de verwachte aanhoudende kritische belangstelling van beleidsmakers en het grote publiek zo transparant mogelijk te werk zal moeten gaan bij het gedetailleerd presenteren van processen, met name inzake de criteria voor de selectie van deelnemers en het soort wetenschappelijk en technische informatie dat Bij de assessment moet worden betrokken.

Voor het rapport van de commissie zijn openbare bijeenkomsten gehouden, waar zowel functionarissen van het IPCC en de VN als experts met een afwijkend oordeel over de processen en procedures van het IPCC presentaties hebben gegeven. Daarnaast heeft de commissie input van experts en groepen verzameld door middel van interviews en een onder een grote groep mensen verspreide enquête, die ook op internet is geplaatst voor commentaar door het grote publiek.

Het IAC-rapport zal naar verwachting aan de orde komen tijdens de 32e Plenaire Sessie van het IPCC in Busan (Zuid-Korea) van 11-14 oktober. Het rapport werd gefinancierd door het Environment Programme van de Verenigde Naties. De samenstelling van de commissie vindt u onder aan dit persbericht. Het rapport is vanaf 4 uur vanmiddag Nederlandse tijd online beschikbaar op .

De in 2000 opgerichte IAC is in het leven geroepen om de beste wetenschappers ter wereld te mobiliseren om op wetenschappelijke basis advies te geven aan internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de Wereldbank, onder andere door op verzoek peer-reviewed onderzoek door experts te laten verrichten. De voorzitters zijn Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, en Lu Yongxiang, president van de Chinese academie van wetenschappen. Het secretariaat van de IAC is ondergebracht bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in Amsterdam.

Contactpersonen voor de media:

William Kearney
U.S. National Academy of Sciences, Washington, D.C.
+1 202 334 2138/ +1 202 450 9166 (mobiel)
wkearney@nas.edu

Irene van Houten
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam
+31 20 551 0733 / +31 6 1137 5909 (mobiel)
irene.van.houten@bureau.knaw.nl

Alice Henchley of Bill Hartnett
The Royal Society, Londen
+44 207 451 2514 / 207 451 2516/ +44 7931 423323 (mobiel)
alice.henchley@royalsociety.org / bill.hartnett@royalsociety.org

# # #

INTERACADEMY COUNCIL
Committee to Review the Intergovernmental Panel on
Climate Change

Harold T. Shapiro (chair)
President Emeritus and Professor of Economics and Public Affairs
Princeton University, Princeton, N.J., United States

Roseanne Diab (vice chair)
Executive Officer
Academy of Science of South Africa; and Professor Emeritus and Honorary Senior Research Associate
University of KwaZulu Natal, Durban, South Africa

Carlos Henrique de Brito Cruz
Scientific Director
Sao Paulo Research Foundation, and Professor Gleb Wataghin Physics Institute
University of Campinas, Sao Paulo, Brazil

Maureen Cropper
Professor
University of Maryland College Park; and Senior Fellow Resources for the Future
Washington, D.C., United States

Jingyun Fang Cheung Kong
Professor and Chair Department of Ecology Peking
University Beijing, China

Louise O. Fresco
Professor
University of Amsterdam, Netherlands

Syukuro Manabe
Senior Meteorologist
Princeton University, Princeton, N.J., United States

Goverdhan Mehta National
Research Professor, and Jubilant Bhartia Chair
University of Hyderabad, Hyderabad, India

Mario Molina
Professor
University of California, San Diego; and President Center for Strategic Studies in Energy and the Environment
Mexico City, Mexico
(1995 co-recipient of the Nobel Prize in Chemistry)

Sir Peter Williams
Treasurer and Vice President
The Royal Society, London, United Kingdom

Ernst-Ludwig Winnacker
Secretary General
Human Frontier Science Program
Strasbourg, France

Abdul Hamid Zakri
Science Adviser to Prime Minister of Malaysia
Malaysia

STUDY DIRECTOR
Anne Linn
National Research Council
Washington, D.C., United States